Lees mee met de Rederijkers

Op deze site vind je verhalen en gedichten van de Rederijkers Vita Nova. Wij zijn een schrijfclub uit Amersfoort. Wij publiceren hier, zodat wij elkaars werk ook tussen de bijeenkomsten door kunnen lezen en van commentaar voorzien. Wij komen één keer per maand bij elkaar in Amersfoort. Mocht je vragen hebben, laat het ons weten.

Mail naar: heid.heinonen@gmail.com

Advertenties
Geplaatst in Algemeen

De Luchtblazer – een verhaal in de toekomst

In maart hebben we als schrijfclub meegedaan aan de schrijfwedstrijd van de Efteling. De opdracht was om een sprookje te schrijven dat zich afspeelt in de toekomst. Het moest een vervolg worden op het verhaal van de sprookjessprokkelaar. https://www.youtube.com/watch?v=PE5ntf9EEKQ

We hebben het verhaal gezamenlijk geschreven. Helaas geen prijs gewonnen.
De schrijfclub bestaat uit Bea van de Bovenkamp, Heidi Heinonen, Riët Hummel en Wilma de Jong.

Titel: De Luchtblazer – een verhaal in de toekomst.

“Eens is er een koning van een land dat omringd wordt door hoge, steile bergen met witbesneeuwde bergtoppen. De bergen zijn zo hoog dat je er niet overheen kunt komen. Niemand van de inwoners is ooit voorbij de bergen geweest. Mensen zijn tevreden in hun land. Ze leven van het water dat komt van de eeuwige sneeuw en van het eten dat gemaakt wordt in de pilletjesfabriek.

De koning van dit kleine land begint zijn dag altijd met een ontbijt van lavathee en een rode pil. Zodra hij de pil in zijn mond doet, proeft hij alle smaken die horen bij een Engels ontbijt van vóór de Brexit: knapperig gebakken spek, warme bonen in een smeuïge tomatensaus en toast die precies lang genoeg in de toaster is geweest. Hierna neemt hij zijn vrolijkheidspil, die hem de hele dag een goed humeur bezorgt.

Maar vandaag voelt de koning zich anders dan anders. Zodra hij zijn eerste slokje lavathee heeft doorgeslikt, voelt hij zijn keel branden. Daarna spuwt hij rook en gifgroene vonkjes. Om hulp schreeuwen lukt niet. Wat is er toch aan de hand? Hij rent naar de zelfscan in zijn koninklijke badkamer en laat zich uitlezen. De waarschuwingslichten knipperen en een sirene begint te loeien. Onmiddellijk komt de paleisdokter aanrennen.“Koning, koning, wat gebeurt er met u?” De dokter onderzoekt de koning van top tot teen en zegt: “Beste koning, ik weet niet hoe ik het moet zeggen, maar u bent erg ziek. Uw longen zijn helemaal zwart. Ik denk dat dit door de vervuilde lucht komt.” “Vuile lucht?” zegt de koning. “Hoe bedoelt u? Dat is grote onzin. Kijk naar buiten, ik zie gewoon een blauwe lucht en paarse wolken!” “Ja”, zegt de dokter, “die vervuiling is onzichtbaar, maar het is er wel.”

Hij vertelt de koning dat de lucht al jaren steeds giftiger wordt door de fabrieken, de auto’s en de houtkachels. Bovendien zorgen de hoge bergen en het ruimteschild hoog in de lucht voor te weinig ventilatie. Hierdoor is de lucht bedorven. “Oh.” De koning wordt er een beetje stil van. “Maar u hebt daar toch wel een drankje of een pilletje voor?” “Nee”, zegt de dokter, ”hier zijn geen pilletjes voor. Het enige wat helpt is de lucht schoner te maken.” “Prima”, zegt de koning, “laten we gelijk beginnen!”

De koning roept zijn burgers op om met een oplossing te komen voor het schoonmaken van de vervuilde lucht. Ondertussen worden steeds meer mensen ziek. Ze krijgen koorts, ze hoesten en tijdens de hoestbuien vliegen de vonken in het rond. Er zijn zelfs al een paar inwoners in rook opgegaan toen de vonken uit hun eigen mond hun huis in brand staken en ze er niet op tijd uit konden komen. Mensen klagen bij de paleishekken en roepen om hulp. Ze verwachten dat de koning hun probleem oplost, want zo gaat dat altijd. Het land is de wanhoop nabij.

De volgende dag komt de Bomentapper met veel lawaai naar binnen stormen. “Ik heb een geweldig idee. Bomen geven ’s nachts zuurstof af, die ik op kan vangen in doosjes en dan kan iedereen wekelijks een doosje krijgen”. De koning vindt het een geloofwaardig idee en stuurt de Bomentapper gelijk de volgende nacht op pad. De eerste bomen die hij tegenkomt zien er dor uit, daarom loopt hij door naar een gezond bos. Daar aangekomen krijgt hij een mep van een tak. “Wat ben je van plan, rotzak? Zie je niet dat we uitgeput zijn? We hebben jullie al zoveel zuurstof gegeven. Zoek nu maar een ander, vrind!”

Terneergeslagen sjokt de Bomentapper terug naar het paleis. Hoe vertelt hij over zijn mislukking aan de koning? Straks verandert de koning nog in een woedende vuurspuwer. Voor hem uit loopt een klein mannetje. Hij murmelt in zichzelf en maakt af en toe een sprongetje, waarbij hij roept dat hij het beste idee van het land heeft. De Bomentapper voert hem mee naar de koning. Eenmaal binnen vraagt de koning: “Wie ben jij en wat is jouw plan?”
“Ik ben de Milieupoetser en heb een geweldig idee. Zout heeft al eeuwen een slechte naam, maar ik ken een oud gebruik dat zeker werkt. We strooien overal zout om alle verontreiniging op te nemen en na 24 uur gooien we het zout op een hoop en dan is de lucht gezuiverd”. De koning wil hem graag geloven, maar zelfs hij weet dat dit de genadeklap voor al het groen – dat tegenwoordig vooral grijs is – zal zijn.

Dan komt de Luchtblazer naar binnen gewaaid. Alle hoop is op hem gevestigd. Hij is een bekende uitvinder die al een Aardestabilisator, een Sterrendimmer en een Stemmingswisselaar heeft uitgevonden. Volgens hem is de enige oplossing tegen de vervuiling de aanvoer van verse lucht. Daarvoor moet er een doorgang met een diamantboor door de bergen gemaakt worden. Ja, de Luchtblazer weet heus dat er geen diamant in het koninkrijk te vinden is, maar hij heet niet voor niets Luchtblazer.

Hij heeft een machine die de koolstof uit zijn adem omzet in kleine diamantjes. Hij blaast en blaast dag na dag, maar voor één man is dit veel te zwaar. Daarom komen de inwoners en zelfs de koning langs om in de machine te blazen. Ze blazen harder dan ooit! De machine brult door al die koolstof. Eindelijk zijn de diamantjes klaar. Ze worden op de boor geplakt en dan begint het spannende werk. Met de diamantboor stoten ze uiteindelijk door de berg heen. Frisse lucht stroomt het koninkrijk binnen en tovert weer kleur op de wangen, de bomen en de bloemen. De luchtblazer krijgt een vorstelijke beloning voor het redden van het land.

De mensen zijn dolblij en beginnen te fantaseren over de wereld achter de bergen. De koning zei altijd dat het gevaarlijk was aan de andere kant, maar dat geloven ze nu niet meer. Mensen plannen expedities naar het nieuwe land, gooien hun pillen weg en geloven weer in een gelukkig en gezond leven.”

Geplaatst in Algemeen | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Nieuwe schrijfopdracht!

Nieuwe schrijfopdracht!

Schrijf een verhaal  in de genres sciencefiction, fantasy en horror voor de verhalenwedstrijd van https://treksagae.wordpress.com/

Trek Sagae is een verhalenwedstrijd voor de genres sciencefiction, fantasy en horror (en alles wat daartussen ligt). Wij zijn op zoek naar jouw beste, originele verhaal tussen de 2.000 en 4.000 woorden. Lever je verhaal in uiterlijk op 31 december 2015, 23:59 uur.

Geplaatst in Uncategorized | Een reactie plaatsen

Het thema is naakt

Voor mij zie ik een naakt beeldscherm waarop een cursor knippert. Volgende week heb ik weer schrijfclub. Ik heb nog 5 dagen om wat te schrijven. Het thema is naakt. Ik mag zelf weten of ik een gedicht schrijf of een verhaal of een column of blog. Dat lijkt makkelijk. Een breed thema, geen vormvoorschriften. Waarom is het dan zo lastig om te beginnen? Ik heb geen idee waarover ik moet schrijven. Geen inspiratie.

Naakt. Een spannend thema. Kan het zijn. Maar ja, zijn spannende dingen wel geschikt om over te schrijven voor mijn schrijfclub? Over die keer dat ik met mijn man naar het naaktstrand ben geweest? Of die keer in dat bos? Nee, niet geschikt. Is het daarom zo moeilijk deze keer? Omdat het onderwerp te persoonlijk is en niet uitnodigt tot delen met elkaar? Nee, naakt is een thema waarmee je alle kanten op kan. Dat ik gelijk aan een naaktstrand denk, heeft waarschijnlijk vooral te maken met mijn dirty mind.

Of hou ik niet meer van schrijven? Nee, dat is het zeker niet. Heb ik er geen tijd voor? Dat kan het ook niet zijn. Ik verspil genoeg tijd voor de tv en met mijn smartphone en de om aandacht jammerende social media. Is de houdbaarheid van de schrijfclub misschien verstreken? Hebben we elkaar niets meer te ‘schrijven’? Ik weet dat ik niet de enige ben die er moeite mee heeft om een schrijfproduct klaar te hebben op het moment dat we weer bij elkaar komen. Iedereen is druk met zichzelf, het gezin, werk, eigen bedrijf, een studie en Candy Crush.

‘Maar het is altijd zo gezellig. En we hebben samen zulke mooie dingen geschreven’, hoor ik een stemmetje in mezelf zeggen, ‘zelfs een uitgave gepubliceerd met verhalen en gedichten over de 17e eeuw en meegedaan aan schrijfwedstrijden. En enkelen van ons hebben ook nog wel eens wat gewonnen.’ Dat klopt allemaal. En ik wil ook niet dat de schrijfclub ophoudt te bestaan.

Misschien kunnen we de vorm veranderen. Niet meer een verhaal of gedicht schrijven dat af moet zijn, voordat we bij elkaar komen, maar tijdens de bijeenkomst korte schrijfoefeningen doen of een verhaal of column van iemand anders bespreken. Of de schrijfopdrachten veel concreter maken. Schrijf een sonnet over een papegaai. Schrijf een kort verhaal van maximaal 500 woorden over iemands liefde voor kroketten. Maar we kunnen van het schrijfclubje ook gewoon een vriendenclubje maken, dat eens in de twee maanden bij elkaar komt om even bij te kletsen en een borrel te drinken. Het is nu al vaak zo dat we eerst anderhalf uur gezellig zitten te kletsen, totdat Anita zegt: ‘Zullen we niet eens wat gaan doen?’ 😉

Zou het schelen als je niet meer het gevoel hebt dat je iets moet schrijven? Vloeien de verhalen en gedichten dan als een zacht kabbelend riviertje in Zuid-Limburg uit je denkbeeldige pen? Of hebben we toch die stok achter de deur nodig? Ik ben er nog niet uit.

Aan de ene kant lonken andere bezigheden. Ik zou wel eens iets met zingen willen doen. Of misschien een nieuwe taal leren. Aan de andere kant vind ik het schrijven samen met mijn schrijfclubmaatjes veel te leuk om er zomaar mee te kappen. Daarom zie ik dit gewoon als een schrijfoefening en ik hoop dat de rest mijn woorden ook niet al te serieus neemt. Het is me weer gelukt om een verhaaltje af te maken voor aanstaande woensdag. De inhoud is ondergeschikt.

Tot woensdag allemaal!

Geplaatst in Wilma | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Sessie 1

Vanochtend tijdens het scheren begon het al. Een barst in mijn spiegelbeeld. Ze is zo onhandig. Ik heb haar al vaak gezegd dat ze met beleid moet schoonmaken.

Goed, jij wilt natuurlijk weten wie je voor je hebt. Ik ben mijn carrière begonnen als wielrenner, maar werd al snel meer. In feite was ik de informele ploegleider. Ik was een voorbeeld voor de jongens en adviseerde ze op alle terreinen. Telkens weer beklemtoonde ik hoe belangrijk het was om goede medische begeleiding te hebben. Ik bracht ze in contact met de beste artsen. Als de hotelvoorzieningen onder de maat waren, was ik degene die het personeel tot de orde riep. Die namen mij dat niet altijd in dank af, maar dat was onzin. Het ging om de resultaten. Tijdens de koers liet ik me vaak terugzakken om tactische aanwijzingen te geven. Ik kon dat veel beter dan die zogenaamde ploegleider. Ik vertelde het management wie ze moesten aankopen en verkopen, wat de juiste strategie was. Door mij waren we een tijdlang onoverwinnelijk.

Net als jij droeg ik een zware verantwoordelijkheid. Winnen of verliezen stond gelijk aan leven of dood. Maar weinig mannen kunnen zo’n last aan. Fijn om nu eens met een gelijke te kunnen sparren.

Toen mijn actieve wielercarrière op het eind liep, ging ik me breder inzetten voor de sport.
Ik overzag het grote geheel en wist daardoor precies wat er moest gebeuren. Dit kon ik ook nog eens uitstekend verwoorden. Daarom trad ik regelmatig op in tv-programma’s. Helaas kreeg ik nooit genoeg spreektijd. Jammer, want het publiek smulde wel steeds van mijn inspirerende betogen vol humor. Ik correspondeerde met belangrijke stakeholders. Mensen op dat niveau hebben het te druk om af te spreken. En dat begrijp ik. Ik benaderde sponsoren. Mijn kennis van de sport is één op één toepasbaar in het bedrijfsleven. Zonde om daar niets mee te doen. Er staan heel wat lijntjes uit om presentaties te geven. Maar ik kan en wil meer.

Op dit moment heb ik een sabbatical om me te bezinnen op mijn maatschappelijke carrière. Met mijn verdiensten ben ik van onschatbare waarde voor het management van de wielerploeg. Ook kan ik met mijn netwerk zo terecht in het bedrijfsleven. Maar dat is niet wat ik ambieer. Ik wil de mensheid dienen met mijn kwaliteiten en waar kan dat beter dan in de politiek. Ik heb het helemaal uitgestippeld. Via de gemeentepolitiek ga ik naar de Tweede Kamer, word minister van VWS en daarna minister president. In tegenstelling tot Mark Rutte heb ik visie en natuurlijk leiderschap. Ik heb Nederland zo weer op de rit. Het zal best even pijn doen, maar de BV Nederland heeft er niets aan als ik daar sentimenteel over doe. Mijn vrouw sputtert ook wel eens als ik haar aanwijzingen geef voor het huishouden, maar uiteindelijk worden we er allebei beter van. Net als van de regel dat ze eerst toestemming vraagt voor ze iets doet. Over drie maanden word ik gekozen in de gemeenteraad. Dat is nog parttime. Daarom heb ik me gemeld voor het directeurschap van de wielerploeg.

De wereld wacht op mij. Ik begrijp dan ook niets van wat er vandaag gebeurde. Eerst die spiegel. Daarna moest ik verdomme in de krant lezen dat het contract met de huidige directeur voor vier jaar verlengd is. Daarna telefoon. Een redactielid van RTL Late Night. Of ik vanavond wil komen praten over mogelijk dopinggebruik in mijn tijd. Hoe durven ze! En dat Humberto een redactielid laat bellen. Dat valt me vies van hem tegen. Door mijn presentatietips heeft hij nu een eigen talkshow. Alsof het nog niet genoeg was, kwam de kieslijst voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ik stond er niet op! Ik heb direct de partijleider gebeld. Er zou een zweem van oneerbare praktijken om mij heen hangen. Dat kan de partij niet gebruiken. Kleinburgerlijke schijtlijsters.

Verdomme! Er wordt getwijfeld aan mijn integriteit! Niet te geloven. Hoe durven ze mij dit aan te doen? Een man met mijn staat van dienst! Ze laten me allemaal vallen. Waarom? Ik heb helemaal niets misdaan. Ik pik dit niet! Ik eis dat ze hun verplichtingen nakomen. Anders klaag ik ze allemaal aan. Zien ze dan niet hoe schadelijk dit is voor mijn politieke carrière. En dan flikt mijn vrouw het ook nog om te dreigen dat ze bij me weggaat. Ik moet met iemand gaan praten. Ze kan er niet meer tegen. Waar niet tegen!? Ik heb haar zoveel geholpen. Snap jij dat nou?

Geplaatst in Riët | Tags: | Een reactie plaatsen

De vieze man

Dag, dokter. Sorry dat ik te laat ben, maar ik moest eerst nog de auto uitzuigen. Mijn man was gisteren met de auto weg geweest, dus vandaar. En door dat stofzuigen raakte ik zo bezweet, dat ik eerst nog even moest douchen en schone kleren moest aantrekken. Fijn dat u even tijd voor mij heeft. De huisarts heeft mij doorgestuurd. Ik ging naar haar toe, omdat ik wat wondjes aan mijn handen heb. De huisarts zegt dat het komt, omdat ik mijn handen te vaak was met zeep. Ze vond dat ik met iemand moest praten en toen kreeg ik uw naam door. Ik dacht dat u een dermatoloog was. Zij heeft zich waarschijnlijk vergist, mijn huisarts, maar ik heb de afspraak toch maar door laten gaan, want ik maak me een beetje zorgen om mijn man en misschien weet u als psychiater daar iets voor.

Ja, ik kan u geen hand geven vanwege die wondjes. Ik denk dat het een bacteriële infectie is. Weet u, dat wij miljarden onzichtbare bacteriën met ons meedragen? Heeft u die wel eens onder een microscoop gezien? Het zijn gruwelijke beesten. Met scherpe klauwen en lange haren op hun rug en uitpuilende ogen. En die bacteriën willen ons ziek maken. Nou, ik zorg ervoor dat ze ver bij me vandaan blijven. Daarom was ik altijd mijn handen met zeep, elke keer als ik iets heb aangeraakt. Ik ga drie keer per dag onder de douche en ik was ’s ochtends en ’s avonds mijn haar. Voordat ik naar de wc ga, maak ik hem helemaal schoon. En telkens als ik het aanrecht heb schoongemaakt, gooi ik het aanrechtdoekje in de wasmand. Die bacteriën krijgen mij echt niet te pakken, hoor.

Vindt u het goed, als ik even een handdoek over uw sofa heen leg? Ik wil hem niet vies maken. U krijgt vast veel mensen over de vloer hier. Die willen natuurlijk niet in andermans vuiligheid liggen. Ik heb niet zoveel tijd nodig hoor. Dan kunt u zo, voor de volgende patiënt komt, de boel nog even luchten.

Weet u,  je kan jezelf superschoon houden, maar andere mensen doen dat niet. Mijn man loopt soms met schoenen aan de woonkamer in, allemaal viezigheid van buiten meenemend. Omdat hij zijn handen niet wast, voordat hij gaat computeren, zit er na afloop een vies laagje op die toetsen. Dan moet ik weer aan de slag met mijn desinfecterende doekjes. En bij het eten veegt hij soms zijn vette vingers af aan zijn broek en die broek houdt hij dan de hele avond aan. Hij begrijpt niet goed, dat het belangrijk voor onze gezondheid is, dat hij ook wat beter oplet.

En omdat ik zo lekker schoon ben, springen de bacteriën van anderen allemaal op mij over. Daarom probeer ik zo min mogelijk lijfelijk contact met anderen te hebben. Ja, dat geldt ook voor mijn man. Ik heb tegen hem gezegd, dat hij nu alleen moet slapen. Dat vindt hij niet leuk, maar ik doe dit vooral uit liefde voor hem. We knuffelen nog wel, maar dan moet hij wel doktershandschoenen aan en een mondkapje voor. Werkt perfect. En van tevoren moet hij natuurlijk even douchen.

We hebben geen seks meer. Die handen op mijn lijf, al dat zweet, vlekken in het beddengoed, brrrr. Ik was natuurlijk het beddengoed elke dag, maar toch. Mijn man mist de seks af en toe, maar dan zeg ik tegen hem:
“Lieverd, als je echt een keer moet, doe het dan onder de douche.”
Dan moet hij daarna wel zelf de douchebak boenen met de fles Mr. Proper Extra Sterk en een harde borstel. Dat heeft hij er graag voor over en ik gun het hem ook. Ja, natuurlijk. Ik ben heel ruimdenkend. Je moet je een beetje aanpassen. Dat is waar het om draait in een goed huwelijk.

Maar mijn man past zich niet aan mij aan. Ik hoop dat u hem daarmee kunt helpen. Ik denk, dat hij donderdag wel even tijd heeft. Maar houdt u er wel rekening mee, dat hij niet zo schoon is als ik. Dus misschien is het handig om, nadat hij geweest is, alles even extra te soppen.

Wilma de Jong 25-01-2015. Verhaal geschreven voor de schrijfwedstrijd Sofamonologen van het literair tijdschrift Op ruwe planken. 

Geplaatst in Wilma | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Opdracht 32

Voor de eerste schrijfopdracht van het nieuwe jaar doen we opnieuw mee aan een schrijfwedstrijd. De wedstrijd heet ‘De sofamonologen’ en is uitgeschreven door literair tijdschrift Op ruwe Planken. Thema: schrijf een monoloog over je psychische aandoening.

Geplaatst in Uncategorized | Tags: , | Een reactie plaatsen

Jeddo op het Stort

Een plaatje om vast te houden. Mijn Hendrika gevangen in de laatste zonnestralen. Haar ogen rusten op de bossen van Nimmerdor met hun vlammende kleuren. Zo tevreden, en zo onbewust van de donkere wolken die zich boven haar samenpakken. Hoefde ik dit maar niet te doen. M’n maag trekt zich samen, ik heb geen idee hoe ik het haar moet vertellen.

Net als veel Amersfoorters verbleven wij graag in het park op de Snoekheuvel. Dit park werd meestal het Stort genoemd naar de stort van het zand dat afgegraven was voor de aanleg van het station. Hendrika’s vader was één van de aannemers, maar heeft het park nooit gezien. Door een tragisch misverstand raakte hij tijdens de aanleg bedolven onder het zand en overleed. Dat maakte dat deze plek Hendrika nog meer trok. Talloze malen dronken we een kopje koffie in het kleine paviljoen bovenop de heuvel om te genieten van het uitzicht. Vooral tegen de avond was het schitterend als de lampen van het station ontstoken waren. Dan was het volgens Hendrika net of haar vader naar haar knipoogde. Ze verzuchtte dat ze hier het liefst elke dag wilde zijn en alsof de duvel er mee speelde werd ze op haar wenken bediend. De eigenaar, Schimmer, vroeg of wij de uitbating niet wilden pachten. De vorige huurder had net opgezegd en de pacht was niet hoog. Hendrika voelde er wel wat voor, ik niet, we wisten niets van ondernemen.

Maar die sluwe Schimmer had een zaadje geplant. Nog onzichtbaar tijdens de lange witte winter, had het zijn kopje opgestoken tussen het jonge groen. We begonnen te fantaseren hoe het zou zijn als deze plek van ons was, hoe wij het aan zouden pakken. Er waren mogelijkheden, Hendrika’s vader had ons een leuk bedrag nagelaten. Die zomer verving Schimmer het paviljoen door een Japans theehuis dat het jaar daarvoor op de Groningsche Tentoonstelling had gestaan. Uitgerekend op de plek waar haar vader stierf, kwam een gebouw uit zijn geboortestad. Dat kon geen toeval zijn, zei Hendrika. De pacht werd weliswaar wat hoger, maar het bood plaats aan heel veel mensen. Volgens Schimmer echt een buitenkansje voor ons, het zou zich zeker terug verdienen. Het gebouw was sierlijk, exotisch en dan die naam, Jeddo, ongetwijfeld een grote publiekstrekker. Schimmer bood aan ons af en toe te adviseren. Dat gaf het laatste zetje. We gingen aan de slag en investeerden flink.

En de mensen kwamen. Ze bleven zelfs de hele dag en namen alle tafels en stoelen in beslag, alleen gebruikten ze niets. Ze namen hun eigen boterhammen mee en lieten ons de rommel aan het eind van de dag. Wij hadden er niet zoveel geld in gestoken om de Amersfoorters een gratis ontspanningsplaats te geven! Nachtenlang lag ik te woelen. Tot Schimmer aanraadde toegangskaarten voor het Stort te verkopen. Er moest iets gebeuren. Ik zag geen andere mogelijkheid en liet per advertentie weten dat de toegang voortaan tweeëneenhalve gulden was. Dat leek me heel redelijk voor een heel jaar. Helaas baatte het niet, het leverde vooral strijd op. De mensen namen het niet dat ze moesten betalen, dreigden dat ze voortaan wel een andere kant op zouden wandelen. Het vrat aan ons. Hendrika vermagerde, mijn haren werden grijs. We beseften dat we nieuwe ideeën nodig hadden. Het moest toch mogelijk zijn dit theehuis rendabel te maken.

Schimmer suggereerde om het park helemaal opnieuw aan te leggen. Hij had zijn oor eens te luisteren gelegd. Een goede bereikbaarheid vanuit de binnenstad, groene doorgangen, meer open ruimtes, dat zou het park gewilder maken. Het vonkje dat bijna gedoofd was, laaide weer op bij Hendrika. Ik twijfelde. Schimmer vond dat we nog een keer moesten investeren, dat waren we verplicht aan Hendrika’s vader en het zou zeker een succes worden. Hendrika wilde een laatste poging wagen, voor haar vader die nooit opgaf. De tranen liepen over haar wangen. Ik kon haar dit niet weigeren, ook al zou het onze laatste centen kosten. Die winter werkten we ons een slag in de rondte en het resultaat mocht er zijn. Met de meeste voldoening keek ik naar de Torenlaan, die het Stort met de binnenstad verbond. Aan de ene kant de Onze Lieve Vrouwetoren, aan de andere kant ons uitnodigende theehuis als baken. Hendrika vond dat ons assortiment ook aan vernieuwing toe was en experimenteerde met taarten tot we helemaal klaar waren voor een nieuwe start. De feestelijke opening vond plaats op eerste Paasdag. Die 23e april 1905 was de eerste mooie dag van het jaar, strakblauwe lucht, geen wolkje te zien. Met kloppend hart waren onze blikken gericht op de Torenlaan. Daar moesten ze vandaan komen en dat deden ze. Het was een komen en gaan van uitgelaten mensen die smulden van de taart. Sindsdien nam het aantal betalende bezoekers flink toe. Eindelijk keerden onze kansen.

Nu de dagen weer korten hebben we de balans opgemaakt. Hendrika kneep in mijn hand. ‘Zou het toch kunnen, Jaap? Tijdens de eerste herfststorm gisteren werd alle twijfel weggeblazen: we waren uit de rode cijfers en hadden zelfs genoeg om een slappe winter door te komen. Juichend vielen we elkaar in de armen en niet veel later pinkten we een traantje weg bij een borrel. Het zou allemaal goed komen.

En nu dit. Hoe kan hij haar dit aandoen? Vanochtend kwam Schimmer met de onheilstijding dat hij het park verkocht heeft. Sinds het Stort zo fraai opgeknapt is, had hij verschillende biedingen gehad en dit bod kon hij echt niet weigeren, dan was hij een dief van zijn eigen portemonnee. De nieuwe eigenaar is van plan een ruime villa te bouwen, hier, op onze plek. De wereld stond stil en ik kan het nog steeds nauwelijks bevatten. Wij moeten weg, Jeddo moet weg, het hele wandelpark verdwijnt misschien wel. Mijn ogen zoeken Hendrika. Ze staart naar nog steeds in de verte. Met loodzware benen loop ik naar haar toe. De laatste zonnestralen zijn verdwenen. Het is tijd.

Geplaatst in Riët | Tags: | Een reactie plaatsen